Zwerfzwangeren

- Thema
- Inhoud van de documentaire
- Research

Thema

"Zwervende jongeren" is een maatschappelijk probleem dat af en toe in de Media onder de aandacht komt. Vrij onbekend zijn de zwerfmeiden die zwanger raken zonder dat ze voorzieningen hebben om in hun eigen bestaansrecht en dat van hun aankomende kind te voorzien. Dankzij ervaringen vanuit de hulpverlening ontstond het plan om een film te maken over jonge zwervende meiden, ook wel zwerfzwangeren genoemd.Er zijn diverse politieke en beleidsmatige beslissingen genomen die het deze meiden niet makkelijk maken om een doorstart te maken en die hun situatie zelfs bemoeilijken, zoals het wegbezuinigen van jongeren- en meidenopvangvoorzieningen en de aanpassing van de jeugdwet waardoor meiden tussen de 18 en 23 jaar veelal tussen de wal en het schip van de hulpverlening vallen.Zwangere meiden zijn ook nog eens een extra kwetsbare, bijzondere groep, die hoe dan ook op een keerpunt in hun leven staan. Voor "normale" jongeren is het al zeer moeilijk om in Amsterdam aan eigen huisvesting te komen, voor alleenstaande dakloze zwangeren zonder inkomen, postadres en naasten die hen kunnen helpen is dat praktisch onmogelijk.De enige kans om te voorkomen dat ze letterlijk op straat komen te staan en te voorkomen dat hun kindje elders wordt geplaatst, is gebruik te maken van de opvangvoorzieningen van de hulpverlening. De discrepantie tussen het zelfstandig en onafhankelijk willen zijn en met hun kind een nieuw leven te beginnen, en het noodgedwongen moeten leven van een uitkering in een opvangvoorziening en afhankelijk moeten zijn van hulpverleners, is groot en frustrerend.

Verhaal Documentaire: Logline: Een portret over zwerfzwangeren, aan de hand van het leven van zwerfzwangere Jana en zwerfmoeder Katia. Een beeld van 2 jonge dak- en thuisloze vrouwen zonder huis, maar met een -aankomende- baby.Doel documentaire: Een beeld scheppen van het leven van zwerfzwangeren aan
de hand van twee jonge vrouwen: zwerfzwangere Jana en zwerfmoeder Katia.

Premisse-vraag:
"In hoeverre zijn deze zwerfmeiden slachtoffer van hun eigen achtergrond en deze maatschappij, en in hoeverre hebben ze een eigen verantwoordelijkheid voor de situatie waar ze zich hebben ingebracht?"

Inhoud van de documentaire

Jana

Een portret van Jana, een thuisloze zwangere jonge vrouw oftewel "zwerfzwangere". Jana is 20 jaar, ruim 7 maanden zwanger en zit nu tijdelijk opgevangen in de religieuze leefgroep "Don Bosco". Haar begeleidster van de FIOM heet Helen. Jana zal na de bevalling overgeplaatst worden naar een opvanghuis. We volgen kort het leven van Jana en wat haar bezighoudt, wat haar toekomstbeeld is en hoe zij het ervaart om afhankelijk te moeten zijn van instanties en opvanghuizen. Jana houdt veel van shoppen en lachen.

Haar zus is het belangrijkste voor haar, en daar maakt ze zich veel zorgen over. 'Mijn zus is heel lang depressief geweest. Ik heb ook een tijdje bij haar gewoond, maar in de situatie waarin zij leefde hield ik het niet vol.''Mijn zus is me alles!'

Katia

Om te bekijken of het leven er na de bevalling beter op wordt, maken we tevens kort kennis met Katia, een jonge zwerfmoeder van 18 jaar die met haar baby al in de opvang verblijft: Zijn haar dromen uitgekomen en heeft zij, nu haar kindje geboren is, meer vrijheid en onafhankelijkheid dan Jana? Katia is 18 jaar en gedeeltelijk in New York en gedeeltelijk in Amsterdam opgegroeid. Haar moeder overleed toen zij 12 jaar was. Ze heeft een hoop broers en zussen, maar daar heeft ze niet echt veel contact mee. Ze wonen ook niet allemaal in Amsterdam.

Ze heeft sinds haar twaalfde in een aantal pleeggezinnen en tehuizen gewoond, totdat ze Joey ontmoette, nu anderhalf jaar geleden. Ze ging toen bij hem en zijn vader wonen, en nadat Joey haar ervan had overtuigd weer een opleiding te volgen, besloten ze een kind te willen krijgen. Na drie maanden zwangerschap ontstond er echter crisis in het huis van Joey' s vader, waardoor Katia op straat kwam te staan. Via Bureau Jeugdzorg, waar ze al jaren cliënt was, en de FIOM, kwam ze na omzwervingen bij Altra terecht, een opvanghuis speciaal voor jonge moeders. Hier mag ze maximaal 3 maanden blijven, wat wil zeggen dat er over een maand iets anders moet zijn gevonden. Katia heeft een zoontje van 1 maand: Marly.

Sinds kort is het weer goed met haar vriend, maar toen Marly net geboren was stond ze er helemaal alleen voor. "De angst om dan in een gezinsgroep te worden geplaatst is groot, bij ons allemaal'', aldus Katia. "Dit kan gebeuren als je te onzelfstandig overkomt". Daarom vraagt ze niet snel om hulp. "Altra is een tussenstation, waar je je beslist moet bewijzen. Er hangen allerlei dreigingen boven je hoofd". In Altra zijn al strenge regels, zo mag het bezoek (haar vriend bijvoorbeeld) nooit alleen door het gebouw lopen, niet in de woonkamer komen, en nooit blijven slapen. Hierdoor is zij de meeste nachten met Marly alleen.

Research

Allereerst zijn er documenten verzameld, van de overheid en verschillende hulpverlenende instellingen. Ook hebben we een aantal tv-uitzendingen bekeken die ook over het onderwerp gingen, zoals nieuwsuitzendingen en van AT5 en RTL 4 (Editie NL). Verder zijn we langs gegaan bij instellingen die acute hulp verlenen zoals noodopvang en eten (Bijv. De Zusters Augustinessen in de Warmoesstraat). Tot slot is er gesproken met politici en met iemand van het klachtenbureau jeugdhulpverlening.

Vragen die we met de research verder wilden uitdiepen waren op te delen in vier gebieden: wat is het beleid, wat doet de hulpverlening (niet)? Wat is de situatie van de zwerfzwangeren in Amsterdam? Wie zijn Jana en Katia?

Beleid

Uit de beleidsstukken blijkt dat er geen specifiek beleid is voor zwerfzwangeren. Wel voor zwerfjongeren. Onder zwerfjongeren worden verstaan jongeren die langer dan 3 maanden geen vaste woon- of verblijfplaats hebben (definitie ROA). Tot nu toe was het altijd zo dat jongeren tot hun 24 e aanspraak konden maken op de jeugdhulpverlening, vooral als ze al langer met de hulpverlening te maken hadden. Met ingang van de nieuwe jeugdwet is het zo dat jeugdhulpverlening nog maar tot het 18 e jaar verleend mag worden, en in uitzonderlijke gevallen tijdelijk verlengd. Krijgt iemand dus pas problemen op of na zijn 18 e jaar, dan heeft zij/hij geen recht meer op jeugdhulpverlening. Veel " zwerfzwangeren" vallen boven die leeftijdsgrens. Verder wordt er natuurlijk overal bezuinigd, en ook in de jeugdzorg. De problematiek wordt door veel beleidsmakers niet als acuut aandachtvragend gezien, omdat de meeste meiden niet zichtbaar thuisloos/dakloos zijn. En ze slapen overal liever dan op straat dus 'kunnen ze toch zelf prima voor onderdak zorgen?' Zo hanteert de Sociale Dienst voor meiden die van kennis naar familie hoppen niet de term dak- of thuisloos, maar de term " marginaal gehuisvest" wat tot gevolg heeft dat ze geen recht krijgen op een uitkering.

De Amsterdamse zwerfzwangeren en Hulpverlening

Er zijn naar schatting gemiddeld 500 zwerfjongeren in Amsterdam. Jongeren heten zo tussen de 15 en 24 jaar, 250 daarvan zijn meisjes.
200 daarvan worden of zijn in die periode zwanger en 168 daarvan hebben na de bevalling geen vaste verblijfplaats of worden nogmaals zwanger in een huisloze periode.
Meisjes hebben tijdens hun zwangerschap gemiddeld 1 hulpverlenerscontact (dit betekent dat er eenmalig wordt verwezen). Maar er zijn niet genoeg plekken in Amsterdam, daarom moet er vaak verwezen worden naar andere steden of peergroup om op te vangen.
Waarom deze zwervende meisjes zwanger worden is en blijft een vraag die per individu moet worden beantwoord. Er spelen verschillende factoren een rol. Zo is er bij éé n van de ouders vaak slechte kennis over anticonceptie. Ook hebben veel zwerfzwangeren een lichte verstandelijke handicap. Het komt voor dat er bewust voor zwangerschap wordt gekozen om het creëren van een identiteit en zelfvertrouwen bij te staan, of als poging om een partner te binden. Meestal is het contact met de vader echter snel verbroken of zeer instabiel.
Veel meiden zijn zwaar getraumatiseerd en hebben al een hulpverleningsgeschiedenis.

Er zijn in Amsterdam een groot aantal hulpverlenende instellingen die te maken krijgen met zwerfzwangeren, waaronder:

Er zijn nog een aantal instellingen en al deze instellingen hebben verschillen in verantwoordelijkheden, bevoegdheden, aantallen cliënten, aantallen slaapplaatsen, onderlinge samenwerking, en visies. Maar al deze instellingen bij elkaar hebben nog lang niet genoeg mogelijkheden en slaapplaatsen voor de zwerfzwangeren. Meraud (werkzaam bij FIOM): "Men zegt wel eens dat cliënten altijd tegen de bureaucratie van de hulpverlening aanlopen. Maar hulpverleners zelf lopen ook steeds tegen beperkingen, bezuinigingen en bureaucratie aan. Ínstellingen hebben vaak last van het afstemmen als er samengewerkt moet worden"

Voor de zwerfzwangeren is het lastig dat de hulpinstellingen werken met procedures die vooral voor deze groep vaak te lang duren. Ook zijn veel zwervende zwangere meisjes zorgmijdend en hebben ze vaak moeite met het voldoen aan gestelde eisen, regels, criteria en het houden aan afspraken. En veel meisjes zitten in een cyclus van geen geld dus geen adres dus geen uitkering dus geen huis dus geen adres etc etc.